Wat zie iemand wel of niet?
- Vraag het — variabel per persoon, per moment, per licht.
- Tunnelvisie — wel scherp centraal, niets in periferie.
- Centraal scotoom (bv. macula degeneratie) — wazig midden, behouden rand.
- Wazig algemeen — geen detail, wel beweging en contour.
- Lichtperceptie — alleen licht/donker, geen beeld.
- Volledig blind — geen visuele input.
Sighted guide-techniek
- Vraag altijd vóór je iemand aanraakt of ondersteunt.
- Sta naast cliënt, raak licht hand aan, bied bovenarm boven elleboog.
- Loop een halve stap vóór, in zijn/haar tempo.
- Bij smalle doorgang: arm naar achteren, cliënt loopt achter je.
- Trap: 'we gaan trap op/af, leuning rechts'. Stop bij eerste en laatste trede.
- Stoel: leid hand naar rugleuning, cliënt gaat zelf zitten.
- Bij verlaten: zeg het — 'ik ga even weg, kom over 2 min terug'.
Niet trekken of duwen
Omgeving en veiligheid
- Vaste plek voor spullen — vraag toestemming voor je iets verplaatst.
- Contrast: lichtknopjes, randjes, deuren, trappen.
- Verlichting voldoende, geen schittering, gordijnen open overdag.
- Geen losse kleden, kabels, krukjes in looproute.
- Deuren altijd dicht of helemaal open — geen kierstand.
- Brand- en evacuatie-routes oefenen met cliënt.
Communicatie
- Stel jezelf voor bij binnenkomst — 'Hoi, het is Mark.'
- Praat met cliënt, niet met begeleider 'over' cliënt.
- Beschrijvend taalgebruik: 'voor je staat een kop koffie op 1 uur' (klok-richting).
- Lees post, formulieren, scherm voor wanneer gevraagd — letterlijk, niet samengevat tenzij gevraagd.
- Niet bang voor woorden als 'zien' of 'kijk' — dat is normaal taalgebruik.
Hulpmiddelen en technologie
- Witte stok — symbool én tastinstrument. Cliënt bepaalt gebruik.
- Geleidehond — werkende hond, niet aanraken zonder toestemming.
- Schermlezers: VoiceOver (iOS/Mac), TalkBack (Android), NVDA/JAWS (Windows).
- Vergroting: loep, beeldschermloep, vergrotende camera.
- Apps: BeMyEyes (videoverbinding met vrijwilliger), Seeing AI, OrCam.
- Aanvragen via gemeente (Wmo), zorgverzekeraar of UWV.
Maaltijden en ADL
- Bord beschrijven met klok: 'aardappelen 6 uur, vlees 12, groente 3'.
- Drinken: 'glas links boven je bord, half vol'.
- Contrast bord en eten — wit bord met donker eten bv.
- Kleding sorteren met labels, knopjes, app of geheugensteuntjes.
- Geld herkennen met geldherkenner of vouwsystemen.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen blind en slechtziend?
Slechtziend: gezichtsscherpte ≤ 0,3 of gezichtsveld ≤ 30° na beste correctie. Blind: scherpte < 0,05 of gezichtsveld < 10°. Veel mensen met 'blind' label zien nog licht of contouren.
Hoe bied ik een arm aan (sighted guide)?
Sta naast cliënt, raak licht zijn/haar hand aan en zeg 'mijn arm zit hier'. Cliënt pakt jouw bovenarm vlak boven de elleboog. Loop half stapje vóór, kondig obstakels, trappen en draaien aan.
Wat is doofblindheid?
Combinatie van visuele en auditieve beperking. Communicatie via tactiele gebarentaal, vier-handen-methode, lormen of geschreven tekst in handpalm. Vraagt zeer gespecialiseerde begeleiding.
Welke hulpmiddelen zijn er?
Witte stok, geleidehond, brailleregel, schermlezer (NVDA, VoiceOver, JAWS), loep, vergroting, contraststickers, sprekende klok/weegschaal, OrCam, BeMyEyes-app.
Hoe richt ik een veilige ruimte in?
Vaste plek voor meubels en spullen — niet verschuiven zonder melden. Goede verlichting, contrastrijke randen op trappen, geen losse kleden, deuren altijd helemaal open of dicht (nooit half).
