Vormen van gehoorverlies
- Geleidingsverlies — buiten- of middenoor (bv. otitis, otosclerose), vaak behandelbaar.
- Perceptief verlies — binnenoor of zenuw, meestal blijvend. Hoortoestel of CI.
- Gemengd verlies — combinatie.
- Plotsdoof / laatdoof — verlies na taalverwerving; vaak rouw en identiteitsvragen.
- Doof vanaf geboorte — NGT vaak moedertaal.
Communicatievoorkeuren — vraag het altijd
- NGT (Nederlandse Gebarentaal) — volwaardige taal, eigen grammatica.
- NmG (Nederlands met Gebaren) — Nederlands woordvolgorde + gebaren.
- Gesproken Nederlands met liplezen en hoortoestel/CI.
- Schrift, chat, e-mail, ondertiteling, live captions.
- Tactiele communicatie bij doofblindheid.
Tips voor gesprek
- Trek aandacht door zwaaien, licht knipperen of zachte tik op schouder.
- Sta met gezicht naar cliënt, licht op jouw gezicht, niet tegenlicht.
- Praat normaal tempo, duidelijk, geen overdreven mondbewegingen.
- Eén persoon tegelijk praat in groep.
- Geen mondmasker of hand voor mond bij liplezen.
- Schrijf moeilijke woorden, namen, getallen of locaties.
- Geen 'laat maar' bij niet verstaan — herhaal of parafraseer.
Tolkvoorziening NGT
- Cliënt heeft recht op tolkuren — leef-, werk- en onderwijsuren.
- Aanvragen via tolkcontact.nl; gemeente of UWV financiert.
- Plan op tijd — schaarste, vaak 1–2 weken vooruit.
- Bij spoed of crisis: 1-1-Tolk (24/7 video-tolk).
- Tolk is neutraal, niet jouw stem of mening.
- Praat tegen cliënt, niet tegen tolk ('vertel hem dat…' = nee).
Hulpmiddelen
- Hoortoestel, CI, BAHA (botverankerd).
- Wek- en alarmsystemen met licht en trilling (deurbel, brandalarm, wekker).
- Ringleiding, FM-systeem in vergaderzaal.
- Spraak-naar-tekst apps: Live Transcribe, Ava, otter.ai.
- Videobellen — beeldcontact essentieel voor liplezen en NGT.
- Beeldbeltolk (KPN Teletolk) voor telefoongesprekken.
Veiligheid en omgeving
- Brandalarm met flits in slaapkamer en woonruimte.
- Deurbel en alarmen met licht/trilling.
- Bij ziekenhuisopname: tolk regelen, schriftelijk overleg back-up.
- In groepen: ringleiding aanvragen of plaatsing front-row.
Identiteit
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen doof en slechthorend?
Slechthorend = verminderd gehoor, vaak met hoortoestel of cochleair implantaat (CI) functioneel. Doof = (vrijwel) geen functioneel gehoor; vaak gebarentaal als eerste taal. Plotsdoof of laatdoof = verloren gehoor later in leven.
Wat is Dovencultuur?
Doven met NGT (Nederlandse Gebarentaal) als moedertaal vormen een culturele en linguïstische gemeenschap met eigen normen, humor en geschiedenis. 'Doof' is identiteit, niet alleen medische beperking.
Mag ik altijd liplezen verwachten?
Nee. Maximaal 30–40% van Nederlandse spraak is af te lezen, vermoeiend, en werkt alleen bij goede belichting, geen mondmasker, en bekende context. Wissel met schrift, gebaren of tolk.
Hoe regel ik een tolk NGT?
Doof of slechthorend persoon kan tolkuren aanvragen via tolkcontact.nl (werk, leefuren, onderwijs). Niet jij als begeleider regelt — cliënt is regiehouder. Spoedtolk via 1-1-Tolk.
Wat is een CI?
Cochleair implantaat: operatief geplaatst inwendig deel met externe processor. Geeft elektrische signalen aan gehoorzenuw. Niet 'horend worden' — wel functioneler horen, met revalidatie van soms 1–2 jaar.
