Vormen — kort overzicht
- Paniekstoornis — onverwachte aanvallen + angst voor nieuwe aanval.
- Agorafobie — vermijden van plaatsen waar vluchten moeilijk is.
- Sociale angststoornis — angst voor beoordeling, blozen, blokkeren.
- Gegeneraliseerde angststoornis (GAS) — chronisch piekeren over alles.
- Specifieke fobie — spinnen, hoogtes, naalden, vliegen.
- Separatieangst, selectief mutisme.
De angstcirkel — wat houdt het in stand?
- Trigger → lichamelijke sensatie → catastrofale gedachte → angst.
- Vermijding / veiligheidsgedrag → korte verlichting → langere termijn versterking.
- Geen nieuwe leerervaring ('ik kon het niet aan, dus ik blijf weg').
- Doorbreek door blootstelling — gecontroleerd en herhaald.
Bij een paniekaanval — wat doe je?
- Blijf rustig, ga op ooghoogte zitten, zachte stem.
- Validatie: 'Dit is paniek, het is heftig, het gaat over.'
- Ademhaling: in 4 — vasthouden 2 — uit 6, schouders los.
- Gronden: 5-4-3-2-1 (zien-horen-voelen-ruiken-proeven).
- Niet vluchten — dan leert het brein dat blijven niet kan.
- Na afloop: napraten, normaliseren, registreren in dagboek.
Paniek doodt niet
Exposure — ondersteunen, niet uitvoeren
- Behandelaar stelt hiërarchie op (SUDS-ladder 0-100).
- Klein beginnen, lang genoeg blijven tot de angst zakt (habituatie).
- Frequentie boven duur — vaak korter beter dan zelden lang.
- Geen veiligheidsgedrag (telefoon, paracetamol op zak, partner moet bellen).
- Successen vieren, terugval normaliseren — angst gaat in golven.
- Jij ondersteunt thuisopdrachten, registreert, bevestigt — maar bent geen therapeut.
Cognitief — gedachten uitdagen
- Welke gedachte schoot er door je heen? ('Ik val flauw, ik ga dood, mensen lachen me uit'.)
- Bewijs voor en tegen — feitelijk, niet 'ja maar'.
- Realistischer alternatief — 'het is naar, het gaat over, ik ga niet dood'.
- Schrijf het op — een paniekgedachte verliest kracht op papier.
Wat NIET helpt
- Geruststellen ('het komt goed, geen zorgen') — werkt averechts.
- Overnemen ('ik bel wel voor je') — bevestigt incompetentie.
- Vermijden faciliteren ('we hoeven daar niet langs').
- Discussiëren of de angst 'logisch' is.
- Alcohol of benzo's als oplossing zonder behandelplan.
Veelgestelde vragen
Welke angststoornissen bestaan er?
Paniekstoornis (met/zonder agorafobie), sociale angststoornis, gegeneraliseerde angststoornis (GAS), specifieke fobie, separatieangst en selectief mutisme. PTSS en dwang vallen sinds DSM-5 in eigen categorieën.
Wat is het verschil tussen angst en paniek?
Angst is een toekomstgerichte zorg ('als straks…'). Paniek is een acute, intense lichamelijke ervaring (hartkloppingen, ademnood, derealisatie) die binnen minuten piekt en vanzelf weer afneemt.
Werkt geruststellen?
Op korte termijn ja, op lange termijn nee — geruststelling bevestigt dat de situatie gevaarlijk was en versterkt vermijding. Beter: validatie + samen blijven, kort en zonder discussie.
Wat is exposure?
Het systematisch en herhaald opzoeken van de gevreesde situatie, zonder te vluchten, tot de angst vanzelf afneemt (habituatie) of nieuwe leerervaring ontstaat (inhibitory learning). Liefst begeleid door behandelaar; jij ondersteunt thuisopdrachten.
Helpt ademhaling?
Ja, langzame buikademhaling (in 4, uit 6) helpt het sympathisch zenuwstelsel kalmeren. Niet hyperventileren of overademen; geen papieren zakje als routinemaatregel.
