Wat zie je
- Hyperventilatie, hartkloppingen, tintelingen in handen/lippen.
- Doodsangst, gevoel van controleverlies.
- Duizeligheid, misselijkheid, drukkend gevoel op borst.
- Wil weg willen rennen of bevriest juist.
Wat doe je
- 1Blijf rustig en dichtbij — niet weglopen.
- 2Spreek zacht: 'Ik ben hier. Het gaat over. Je bent veilig.'
- 3Adem mee: 4 sec in, 6-7 sec uit. Doe het hoorbaar voor.
- 4Bij hyperventilatie: laat in kleine slokjes ademen; eventueel in (papieren) zakje 1-2 min.
- 5Grounding 5-4-3-2-1: 5 dingen die je ziet, 4 hoort, 3 voelt, 2 ruikt, 1 proeft.
- 6Verminder prikkels: licht dimmen, anderen weg.
Na de aanval
- Water, dekentje, rustig zitten.
- Bespreek pas later wat triggerde.
- Pas op met geruststelling-verslaving — kort en laag-frequent.
- Zet een signaleringsplan op met behandelaar.
Twijfel hartklachten?
Bij eerste keer, pijn die uitstraalt, of bij ouderen: bel huisarts/112 om hartprobleem uit te sluiten.