Terug naar home
Aandoeningen

Epilepsie — soorten aanvallen, begeleiding en eerste hulp

Epilepsie komt veel voor in de gehandicaptenzorg en GGZ. Als begeleider moet je aanvallen herkennen, weten hoe je veilig handelt en wanneer je 112 belt. Op deze pagina lees je de soorten aanvallen, de stappen voor eerste hulp en hoe je een signaleringsplan opstelt.

Wat is epilepsie?

Epilepsie is een chronische neurologische aandoening waarbij iemand minstens twee onuitgelokte aanvallen heeft gehad. De aanvallen ontstaan door tijdelijke elektrische ontladingen in de hersenen. Bij circa 1% van de Nederlandse bevolking en bij 20–30% van mensen met een verstandelijke beperking komt epilepsie voor.

De diagnose wordt gesteld door een neuroloog op basis van anamnese, EEG en soms beeldvorming (MRI). Behandeling bestaat doorgaans uit anti-epileptica; bij therapieresistente vormen kunnen ketogeen dieet, nervus vagus stimulatie of operatie volgen.

Soorten epileptische aanvallen

Gegeneraliseerde aanvallen betrekken beide hersenhelften vanaf het begin:

  • Tonisch-klonische aanval (vroeger 'grand mal'): bewustzijnsverlies, verstijven (tonisch), gevolgd door schokkende bewegingen (klonisch), vaak tongbeet, soms urineverlies. Duur meestal 1–3 minuten.
  • Absence: korte afwezigheid van enkele seconden, vooral bij kinderen, makkelijk te missen.
  • Myoclonische aanval: korte schokken in één spier of spiergroep, zonder bewustzijnsverlies.
  • Atone aanval: plotseling verlies van spierspanning — de persoon zakt in elkaar.

Focale aanvallen ontstaan in één deel van de hersenen:

  • Focaal met behouden bewustzijn: vreemde gewaarwordingen, déjà vu, tintelingen, geuren.
  • Focaal met verminderd bewustzijn: staren, automatismen (smakken, friemelen), niet reageren.
  • Focaal naar gegeneraliseerd: begint lokaal en verspreidt zich naar een tonisch-klonische aanval.

Eerste hulp bij een tonisch-klonische aanval

  • Blijf rustig en noteer de starttijd.
  • Maak de omgeving veilig: ruim harde of scherpe voorwerpen weg.
  • Leg iets zachts (kussen, opgevouwen jas) onder het hoofd.
  • Maak knellende kleding rond hals en borst los.
  • Houd de persoon NIET vast en stop NIETS in de mond.
  • Draai de persoon in stabiele zijligging zodra de schokken afnemen.
  • Blijf bij de persoon tot het bewustzijn terug is en oriëntatie hervonden.
  • Praat rustig — postictale verwardheid kan minuten tot uren duren.

Bel 112 als…

De aanval langer dan 5 minuten duurt, er meerdere aanvallen volgen zonder bewustzijnsherstel (status epilepticus), het de eerste aanval is, er ernstig letsel is ontstaan, of de ademhaling niet herstelt.

Het signaleringsplan epilepsie

Voor cliënten met epilepsie hoort in het zorgdossier een signaleringsplan dat per cliënt is afgestemd. Onderdelen:

  • Type aanval(len) bij deze cliënt en typische duur.
  • Aura of voortekenen (bijv. prikkelbaarheid, hoofdpijn, uitval).
  • Triggers (slaaptekort, koorts, flikkerend licht, alcohol, stress, medicatie vergeten).
  • Couperende medicatie (bijv. midazolam neusspray of buccaal): wie, wanneer, hoeveel.
  • Tijdstip waarop 112 gebeld moet worden (vaak na 5 minuten, of korter bij deze cliënt).
  • Wie inlichten na een aanval: huisarts, neuroloog, ouders/vertegenwoordiger.
  • Houdingen of materialen die specifieke risico's vormen (bad, fiets, hoogte, water).

Rapporteren van een aanval

Rapporteer objectief en feitelijk. Vermeld minimaal:

  • Datum, starttijd en eindtijd van de aanval.
  • Wat de cliënt vlak voor de aanval deed en mogelijke triggers.
  • Type aanval (zoals hierboven beschreven) en lichaamsdelen die betrokken waren.
  • Bewustzijnsverlies ja/nee, ademhalingsproblemen, tongbeet, urineverlies.
  • Letsel: locatie en aard.
  • Couperende medicatie gegeven: middel, dosis, tijd, effect.
  • Postictale periode: duur, verwardheid, slaap, hoofdpijn.
  • Wie geïnformeerd is (familie, arts, MIC-melding).

Tip

Gebruik onze AI-rapportage om losse observaties direct om te zetten naar een objectieve, methodische verslaglegging van een aanval.

Veelgestelde vragen

Wat is epilepsie?

Epilepsie is een neurologische aandoening waarbij iemand herhaaldelijk epileptische aanvallen krijgt door tijdelijke elektrische verstoringen in de hersenen. Er zijn veel verschillende vormen — van korte momenten van afwezigheid tot grote tonisch-klonische aanvallen met bewustzijnsverlies.

Wanneer moet je 112 bellen bij een epileptische aanval?

Bel 112 wanneer: de aanval langer dan 5 minuten duurt (status epilepticus), er meerdere aanvallen achter elkaar komen zonder bewustzijnsherstel, de persoon zich ernstig heeft verwond, het de eerste aanval is, of er ademhalingsproblemen zijn na de aanval.

Wat doe je tijdens een tonisch-klonische aanval?

Bescherm het hoofd met iets zachts, leg de persoon op de zij in stabiele zijligging zodra mogelijk, ruim gevaarlijke voorwerpen weg, houd geen lichaamsdelen vast en stop niets in de mond. Tijd noteren, kalm blijven, blijven bij de persoon tot het bewustzijn terug is.

Mag je iemand vasthouden tijdens een aanval?

Nee. Vasthouden kan blessures veroorzaken bij zowel cliënt als begeleider en helpt niet. Zorg voor een veilige omgeving, leg iets zachts onder het hoofd en wacht tot de aanval voorbij is.

Wat is een absence en hoe herken je het?

Een absence is een korte aanval (meestal 5–20 seconden) waarbij iemand plotseling stopt met wat hij doet, voor zich uit staart en niet reageert. Daarna gaat hij door alsof er niets gebeurd is. Vaak onopgemerkt en daardoor onderschat — meld vermoedens altijd aan de behandelend arts.

Meer weten?