Terug naar aandoeningen
Aandoening

Omgaan met epilepsie

Epilepsie is een aandoening van de hersenen waarbij plotselinge ontladingen aanvallen veroorzaken. Aanvallen verschillen sterk per persoon. Jouw rol: veiligheid bieden, observeren en correct rapporteren.

Soorten aanvallen

  • Tonisch-clonisch (grand mal): verlies van bewustzijn, verkramping en schokken.
  • Absence: korte 'afwezigheid' van enkele seconden, vaak bij kinderen.
  • Focaal bewust: trekkingen of vreemde sensaties zonder bewustzijnsverlies.
  • Focaal verminderd bewust: cliënt lijkt in trance, smakt, frunnikt, reageert niet.
  • Atone aanval: plots verlies van spierspanning — valt door de benen.

Wat te doen tijdens een tonisch-clonische aanval

  1. 1Blijf rustig en kijk op de klok — noteer starttijd.
  2. 2Bescherm het hoofd: leg er iets zachts onder, ruim harde voorwerpen weg.
  3. 3Maak knellende kleding los, vooral rond hals.
  4. 4NIETS in de mond stoppen — geen vinger, lepel of doek.
  5. 5Cliënt NIET vasthouden of schokken proberen te stoppen.
  6. 6Zodra de schokken stoppen: leg de cliënt in stabiele zijligging.
  7. 7Blijf erbij tot hij volledig bij is — verwarring na de aanval is normaal.

Wanneer 112 bellen?

  • Aanval duurt langer dan 5 minuten (status epilepticus).
  • Tweede aanval direct na de eerste zonder tussentijds bijkomen.
  • Eerste aanval ooit bij deze cliënt.
  • Letsel, ademhalingsproblemen of aanval in water.
  • Cliënt komt na 30 minuten nog niet bij bewustzijn.
  • Zwangerschap of diabetes in combinatie met een aanval.

Couperen met noodmedicatie

  • Volg altijd het persoonlijke aanvalsprotocol — dosering staat erin.
  • Gangbaar: midazolam (neus, wang of rectaal) of diazepam rectaal.
  • Geef pas na de in het protocol genoemde tijd (vaak 3 of 5 minuten).
  • Noteer tijdstip toediening, dosis en effect.
  • Bel de huisarts of voorgeschreven arts ter melding na toediening.

Observeren en rapporteren

  • Tijdstip en exacte duur van de aanval.
  • Aura vooraf? Wat deed cliënt op dat moment?
  • Welke lichaamsdelen schokten of verkrampten?
  • Bewustzijn, ogen (open/gedraaid), kleur, ademhaling.
  • Incontinentie, tongbeet, braken?
  • Hoe lang verwarring na de aanval (postictale fase)?
  • Mogelijke triggers: weinig slaap, koorts, stress, flikkerlicht, gemiste medicatie.

Veiligheid in het dagelijks leven

  • Douche in plaats van bad; deur niet op slot.
  • Geen onbegeleid zwemmen.
  • Veilig koken: inductie, achterste pitten.
  • Bed laag bij de grond of valmat.
  • Helm bij valgevoelige aanvallen.
  • Medicatie strikt op tijd — een gemiste dosis kan een aanval uitlokken.

Status epilepticus

Een aanval > 5 minuten of meerdere aanvallen achter elkaar is een medische noodsituatie. Coupeer volgens protocol én bel 112.