Je premium proefperiode verloopt over 10 dagen.

Bekijk premium
Terug naar aandoeningen
Aandoening

Omgaan met epilepsie

Epilepsie is een aandoening van de hersenen waarbij plotselinge ontladingen aanvallen veroorzaken. Aanvallen verschillen sterk per persoon. Jouw rol: veiligheid bieden, observeren en correct rapporteren.

Soorten aanvallen

  • Tonisch-clonisch (grand mal): verlies van bewustzijn, verkramping en schokken.
  • Absence: korte 'afwezigheid' van enkele seconden, vaak bij kinderen.
  • Focaal bewust: trekkingen of vreemde sensaties zonder bewustzijnsverlies.
  • Focaal verminderd bewust: cliënt lijkt in trance, smakt, frunnikt, reageert niet.
  • Atone aanval: plots verlies van spierspanning — valt door de benen.

Wat te doen tijdens een tonisch-clonische aanval

  1. 1Blijf rustig en kijk op de klok — noteer starttijd.
  2. 2Bescherm het hoofd: leg er iets zachts onder, ruim harde voorwerpen weg.
  3. 3Maak knellende kleding los, vooral rond hals.
  4. 4NIETS in de mond stoppen — geen vinger, lepel of doek.
  5. 5Cliënt NIET vasthouden of schokken proberen te stoppen.
  6. 6Zodra de schokken stoppen: leg de cliënt in stabiele zijligging.
  7. 7Blijf erbij tot hij volledig bij is — verwarring na de aanval is normaal.

Wanneer 112 bellen?

  • Aanval duurt langer dan 5 minuten (status epilepticus).
  • Tweede aanval direct na de eerste zonder tussentijds bijkomen.
  • Eerste aanval ooit bij deze cliënt.
  • Letsel, ademhalingsproblemen of aanval in water.
  • Cliënt komt na 30 minuten nog niet bij bewustzijn.
  • Zwangerschap of diabetes in combinatie met een aanval.

Couperen met noodmedicatie

  • Volg altijd het persoonlijke aanvalsprotocol — dosering staat erin.
  • Gangbaar: midazolam (neus, wang of rectaal) of diazepam rectaal.
  • Geef pas na de in het protocol genoemde tijd (vaak 3 of 5 minuten).
  • Noteer tijdstip toediening, dosis en effect.
  • Bel de huisarts of voorgeschreven arts ter melding na toediening.

Observeren en rapporteren

  • Tijdstip en exacte duur van de aanval.
  • Aura vooraf? Wat deed cliënt op dat moment?
  • Welke lichaamsdelen schokten of verkrampten?
  • Bewustzijn, ogen (open/gedraaid), kleur, ademhaling.
  • Incontinentie, tongbeet, braken?
  • Hoe lang verwarring na de aanval (postictale fase)?
  • Mogelijke triggers: weinig slaap, koorts, stress, flikkerlicht, gemiste medicatie.

Veiligheid in het dagelijks leven

  • Douche in plaats van bad; deur niet op slot.
  • Geen onbegeleid zwemmen.
  • Veilig koken: inductie, achterste pitten.
  • Bed laag bij de grond of valmat.
  • Helm bij valgevoelige aanvallen.
  • Medicatie strikt op tijd — een gemiste dosis kan een aanval uitlokken.

Status epilepticus

Een aanval > 5 minuten of meerdere aanvallen achter elkaar is een medische noodsituatie. Coupeer volgens protocol én bel 112.