Je premium proefperiode verloopt over 10 dagen.

Bekijk premium
Terug naar rapportage
Rapportage

Een zorgplan schrijven

Een zorgplan beschrijft wie de cliënt is, wat hij wil bereiken en hoe jullie daar samen aan werken. Het is een levend document — geen formulier dat in een la verdwijnt.

Vaste onderdelen

  • Persoonsbeeld: wie is de cliënt, levensloop, wat is belangrijk voor hem.
  • Hulpvraag: wat wil de cliënt zelf bereiken? In zijn eigen woorden.
  • Doelen: SMART geformuleerd op verschillende levensgebieden.
  • Acties: wie doet wat, wanneer en hoe.
  • Afspraken met netwerk, behandelaars en team.
  • Risico's en signaleringsplan-verwijzing.
  • Evaluatiemoment: wanneer kijken jullie terug?
  • Handtekening cliënt of vertegenwoordiger.

Levensgebieden (8 domeinen)

  • Wonen en huishouden
  • Sociale relaties en netwerk
  • Werk, dagbesteding en leren
  • Financiën en administratie
  • Gezondheid (lichamelijk en psychisch)
  • Zingeving, spiritualiteit en levensvragen
  • Vrije tijd
  • Veiligheid

SMART-doelen

  1. 1Specifiek: één concreet doel, niet meerdere in één zin.
  2. 2Meetbaar: hoe weet je dat het bereikt is? Welk waarneembaar gedrag?
  3. 3Acceptabel: gedragen door cliënt en betrokkenen, sluit aan bij wens.
  4. 4Realistisch: haalbaar in de huidige situatie en met deze middelen.
  5. 5Tijdgebonden: wanneer wil je het bereikt hebben?

Voorbeeld

Niet: 'Cliënt wordt zelfstandiger.' Wel: 'Cliënt zet zelf koffie tijdens de ochtend, met begeleiding op afstand, voor 1 juli.'

Schrijfwijze

  • Schrijf in de ik-vorm vanuit de cliënt waar mogelijk.
  • Gebruik begrijpelijke taal — geen jargon, geen afkortingen zonder uitleg.
  • Blijf concreet, vermijd interpretaties zonder onderbouwing.
  • Maak het samen met de cliënt — geen plan óver, maar mét.
  • Werk met korte zinnen; lange teksten worden niet gelezen.

Stappen om een zorgplan op te stellen

  1. 1Intakegesprek: leer de cliënt en zijn netwerk kennen.
  2. 2Vraag de hulpvraag in eigen woorden uit.
  3. 3Inventariseer per levensgebied wat goed gaat en wat beter kan.
  4. 4Formuleer samen 3-5 doelen — niet meer in één periode.
  5. 5Beschrijf acties met verantwoordelijken en termijnen.
  6. 6Bespreek conceptplan, pas aan, laat ondertekenen.
  7. 7Plan evaluatie (meestal na 3 of 6 maanden).
  8. 8Werk het plan bij na elke evaluatie of grote verandering.

Veelgemaakte fouten

  • Te veel doelen — focus verliest zich.
  • Doel van de begeleider in plaats van de cliënt.
  • Vaag taalgebruik: 'meer structuur' is geen doel.
  • Geen actie of verantwoordelijke gekoppeld aan het doel.
  • Plan in de kast — niet teruggekoppeld in dagelijkse rapportage.

Tip

Een goed zorgplan kun je voorlezen aan de cliënt en hij herkent zichzelf erin. Lukt dat niet? Herschrijf.