Terug naar rapportage
Rapportage

Een zorgplan schrijven

Een zorgplan beschrijft wie de cliënt is, wat hij wil bereiken en hoe jullie daar samen aan werken. Het is een levend document — geen formulier dat in een la verdwijnt.

Vaste onderdelen

  • Persoonsbeeld: wie is de cliënt, levensloop, wat is belangrijk voor hem.
  • Hulpvraag: wat wil de cliënt zelf bereiken? In zijn eigen woorden.
  • Doelen: SMART geformuleerd op verschillende levensgebieden.
  • Acties: wie doet wat, wanneer en hoe.
  • Afspraken met netwerk, behandelaars en team.
  • Risico's en signaleringsplan-verwijzing.
  • Evaluatiemoment: wanneer kijken jullie terug?
  • Handtekening cliënt of vertegenwoordiger.

Levensgebieden (8 domeinen)

  • Wonen en huishouden
  • Sociale relaties en netwerk
  • Werk, dagbesteding en leren
  • Financiën en administratie
  • Gezondheid (lichamelijk en psychisch)
  • Zingeving, spiritualiteit en levensvragen
  • Vrije tijd
  • Veiligheid

SMART-doelen

  1. 1Specifiek: één concreet doel, niet meerdere in één zin.
  2. 2Meetbaar: hoe weet je dat het bereikt is? Welk waarneembaar gedrag?
  3. 3Acceptabel: gedragen door cliënt en betrokkenen, sluit aan bij wens.
  4. 4Realistisch: haalbaar in de huidige situatie en met deze middelen.
  5. 5Tijdgebonden: wanneer wil je het bereikt hebben?

Voorbeeld

Niet: 'Cliënt wordt zelfstandiger.' Wel: 'Cliënt zet zelf koffie tijdens de ochtend, met begeleiding op afstand, voor 1 juli.'

Schrijfwijze

  • Schrijf in de ik-vorm vanuit de cliënt waar mogelijk.
  • Gebruik begrijpelijke taal — geen jargon, geen afkortingen zonder uitleg.
  • Blijf concreet, vermijd interpretaties zonder onderbouwing.
  • Maak het samen met de cliënt — geen plan óver, maar mét.
  • Werk met korte zinnen; lange teksten worden niet gelezen.

Stappen om een zorgplan op te stellen

  1. 1Intakegesprek: leer de cliënt en zijn netwerk kennen.
  2. 2Vraag de hulpvraag in eigen woorden uit.
  3. 3Inventariseer per levensgebied wat goed gaat en wat beter kan.
  4. 4Formuleer samen 3-5 doelen — niet meer in één periode.
  5. 5Beschrijf acties met verantwoordelijken en termijnen.
  6. 6Bespreek conceptplan, pas aan, laat ondertekenen.
  7. 7Plan evaluatie (meestal na 3 of 6 maanden).
  8. 8Werk het plan bij na elke evaluatie of grote verandering.

Veelgemaakte fouten

  • Te veel doelen — focus verliest zich.
  • Doel van de begeleider in plaats van de cliënt.
  • Vaag taalgebruik: 'meer structuur' is geen doel.
  • Geen actie of verantwoordelijke gekoppeld aan het doel.
  • Plan in de kast — niet teruggekoppeld in dagelijkse rapportage.

Tip

Een goed zorgplan kun je voorlezen aan de cliënt en hij herkent zichzelf erin. Lukt dat niet? Herschrijf.