Stappen
- 1Beschrijf gedrag concreet en meetbaar.
- 2Functionele analyse: wat gaat vooraf (A), wat is het gedrag (B), wat volgt (C)?
- 3Hypothese: welke functie heeft het gedrag (aandacht, ontsnapping, prikkel, tastbaar)?
- 4Pas omgeving aan om triggers te verminderen.
- 5Leer vervangend gedrag dat dezelfde functie heeft.
- 6Versterk gewenst gedrag systematisch.
- 7Evalueer met data — werkt het?
Basishouding
- Probleemgedrag heeft altijd een reden — geen straf, wel begrip.
- Werk preventief: voorkomen > reageren.
- Cliënt is partner, niet object van behandeling.
- Team werkt eenduidig — anders geen effect.
Kerngedachte
Gedrag verander je niet door het te onderdrukken, maar door de cliënt een betere manier te leren om hetzelfde te bereiken.