Uitgangspunten
- Als iets werkt, doe er meer van.
- Als iets niet werkt, doe iets anders.
- Repareer niet wat niet stuk is.
- Klein begin geeft grote verandering — focus op de eerste stap.
- De cliënt is expert van zijn eigen leven.
Kerntechnieken
- 1Schaalvraag: 'Op een schaal van 0 tot 10, waar sta je nu? Wat maakt dat je geen lager getal noemt?'
- 2Uitzonderingsvraag: 'Wanneer was het ooit beter? Wat deed je toen anders?'
- 3Wondervraag: 'Stel je voor: vannacht gebeurt er een wonder. Waar merk je morgenochtend als eerste aan dat het probleem weg is?'
- 4Complimentvraag: 'Hoe heb je het volgehouden tot nu toe?'
- 5Doelvraag: 'Hoe weet je dat je het bereikt hebt? Wat doe je dan anders?'
Een gesprek opbouwen
- 1Begin met sociaal contact en complimenten — bouw veiligheid op.
- 2Verhelder het doel: wat wil de cliënt in plaats van het probleem?
- 3Zoek uitzonderingen: wanneer is het al een beetje wat hij wil?
- 4Schaal de huidige situatie en het gewenste niveau.
- 5Maak één kleine, concrete stap voor de komende week.
- 6Sluit af met samenvatting en compliment.
Wat te vermijden
- Diepgaande probleemanalyse — niet nodig om vooruit te komen.
- Advies geven — werkt ondermijnend voor regie.
- 'Waarom'-vragen — leiden tot rechtvaardigen.
- Te grote stappen — zet faalkans aan.
Praktijkvoorbeeld
Cliënt: 'Ik ben altijd boos.' — Begeleider: 'Wanneer was je deze week één keer niet zo boos? Wat deed je toen anders?'