De vijf gebieden
- L — Lichamelijk welzijn: pijn, houding, voeding, slaap.
- A — Alertheid: wakker en aanspreekbaar, geen onder- of overprikkeling.
- C — Contact: aanwezig zijn, gezien worden, relatie ervaren.
- C — Communicatie: signalen zenden én lezen (ook zonder taal).
- S — Stimulerende tijdsbesteding: betekenisvolle activiteit.
Werken met LACCS
- Beoordeel per gebied: hoe gaat het nu? Wat heeft prioriteit?
- Klein begin: één gebied verbeteren werkt door op de rest.
- Observeer in plaats van te interpreteren.
- Werk altijd in een team — niemand ziet alle vijf gebieden alleen.
Praktijk
Bij onbegrepen gedrag: check eerst L (pijn, vermoeidheid). Dat lost vaak meer op dan een gedragsplan.