Niveau en compleetheid
- Tetraplegie — letsel cervicaal (C1–C8): armen, romp en benen aangedaan.
- Paraplegie — letsel thoracaal/lumbaal (T1 en lager): benen en deels romp.
- Compleet (ASIA A) — geen motorische of sensorische functie onder laesie.
- Incompleet (ASIA B–D) — variabel behoud van functie/gevoel.
- Hoogte bepaalt ADL-zelfstandigheid, ademhaling en risico op autonome dysreflexie.
Autonome dysreflexie — acute noodsituatie
T6 of hoger — direct handelen
- Zet cliënt rechtop, benen omlaag — verlaagt bloeddruk.
- Verwijder knellende kleding, schoenen, banden.
- Zoek prikkel: volle blaas (katheteriseer) of volle darm (handmatige verwijdering met lidocaïnegel).
- Controleer huid op druk, ingegroeide nagel, brandwond.
- Bloeddruk blijven meten elke 5 min.
- Bij niet zakken binnen 5–10 min of bloeddruk > 180 syst — 112.
Huid en decubitus
- Drukontlasten in rolstoel iedere 15–30 min (push-up, leuning, kantel).
- 's Nachts 2-uurs wisselligging tenzij anders voorgeschreven.
- Antidecubitusmatras en -kussen op maat.
- Dagelijkse huidinspectie met spiegel of door begeleider — sacrum, zitknobbels, hielen, ellebogen.
- Houd huid schoon en droog, niet droogwrijven maar deppen.
- Behandel roodheid als beginnende decubitus — niet massaren.
Blaas- en darmzorg
- CIC (clean intermittent catheterisation) volgens schema, hygiënische techniek.
- Symptomen UWI bij dwarslaesie atypisch: spasticiteit, troebele urine, autonome dysreflexie, koorts.
- Darmprogramma op vaste tijden — vezels, vocht, eventueel laxans, digitale stimulatie.
- Voorkom obstipatie — kan dysreflexie uitlokken.
ADL en transfers
- Werk volgens transferprotocol — gebruik glijplank, tillift of staplift.
- Til nooit alleen bij hoog risico — voorkom letsel bij jou én cliënt.
- Stimuleer eigen handelingen waar kan (kleed je zelf aan, smeer je eigen brood).
- Hulpmiddelen — aangepast bestek, grijpstok, omgevingsbediening, spraakgestuurde computer.
Psychosociaal
- Rouw om verloren lichaam en toekomst — normaal, geen depressie.
- Verhoogd risico op depressie en suïcidaliteit eerste 2 jaar.
- Seksualiteit blijft mogelijk, maar verandert — verwijs naar revalidatiearts of seksuoloog.
- Relaties onder druk — werk samen met partner waar mogelijk.
- Lotgenotencontact — Dwarslaesie Organisatie Nederland (DON).
Rapportage en signalering
- Vochtbalans, defecatie, katheterisatiemomenten.
- Huidcontrole — locatie, kleur, intacte huid.
- Spasticiteit, pijn, slaap.
- Stemming, sociale activiteiten, participatie.
- Bijzonderheden bloeddruk, hoofdpijn, transpiratie.
Veelgestelde vragen
Wat is een dwarslaesie?
Beschadiging van het ruggenmerg waardoor zenuwsignalen onder het letsel verstoord raken. Gevolgen voor motoriek, gevoel, blaas, darm, seksualiteit en bloeddrukregulatie. Compleet = geen functie onder laesie; incompleet = deels behouden.
Wat is autonome dysreflexie?
Levensbedreigende reactie bij hoge dwarslaesie (T6 of hoger): plotse zeer hoge bloeddruk, bonzende hoofdpijn, blozen boven laesie, koude/bleke huid eronder. Oorzaak meestal volle blaas of darm. Direct rechtop zetten, prikkel wegnemen, 112 bij niet zakken.
Hoe voorkom je decubitus?
Iedere 15–30 min drukontlasten in rolstoel (push-up of zijwaarts leunen), 's nachts 2-uurs wisselligging, antidecubitusmatras, dagelijkse huidinspectie van bil, hiel, stuit, sacrum en heupen, droge intacte huid.
Hoe werkt blaaszorg?
Vaak intermitterend katheteriseren (CIC) 4–6× per dag, soms verblijfskatheter of suprapubische katheter. Strikt hygiënisch werken om UWI te voorkomen. Vochtinname spreiden over de dag.
Mogen mensen met dwarslaesie werken en sporten?
Ja. Veel revalidanten werken, sporten (handbike, rolstoelbasketbal, zwemmen), reizen en hebben relaties. Begeleiding ondersteunt regie en participatie, niet bescherming.
