Terug naar doelgroepen
Doelgroep

NAH — Niet-Aangeboren Hersenletsel

NAH ontstaat na de geboorte: door CVA, ongeval, hartstilstand, hersentumor of infectie. De cliënt is dezelfde persoon én een ander tegelijk. Begeleiding is vooral compenseren, structuren en het rouwproces erkennen.

Wat is NAH?

  • Traumatisch: hersenschudding, contusie, hersenkneuzing.
  • Niet-traumatisch: CVA, anoxie, tumor, MS, encefalitis.
  • Onzichtbare gevolgen domineren: vermoeidheid, traagheid, prikkelovergevoeligheid.
  • Gedragsverandering: ontremming, initiatiefverlies, korte lont.
  • Cognitief: geheugen, aandacht, planning, ziekte-inzicht.

Begeleidingshouding

  • Compenseer wat niet meer lukt: agenda, alarmen, lijstjes, vaste plek.
  • Eén ding tegelijk — geen multitasking, geen drukke achtergrond.
  • Rustmomenten inplannen vóór de uitputting toeslaat (energiemanagement).
  • Bevestig het gevoel, ook als het verhaal niet klopt.
  • Werk samen met ergotherapeut, logopedist, neuropsycholoog.
  • Betrek systeem — partners en kinderen rouwen mee.

Veelvoorkomende valkuilen

  • Denken dat een goede dag het bewijs is dat het 'gewoon' kan.
  • Logisch redeneren met iemand zonder ziekte-inzicht (anosognosie).
  • Te veel prikkels: tv aan, telefoon, gesprek — leidt tot overprikkeling.
  • Initiatiefverlies aanzien voor luiheid of onwil.
  • Niet erkennen van rouw om 'wie ik was'.

Bij overprikkeling of dyscontrole

  1. 1Herken: vlakke blik, geïrriteerde toon, klachten over hoofdpijn.
  2. 2Prikkels weg: licht dimmen, geluid uit, alleen jij blijft.
  3. 3Geef tijd — soms een uur of meer slapen.
  4. 4Evalueer pas later wat de trigger was.
  5. 5Pas dagstructuur en omgeving aan in zorgplan.

Onthoud

Bij NAH geldt: niet de cliënt moet zich aanpassen aan de wereld, maar de wereld aan de cliënt. Wat hij niet meer kan, moet jij compenseren.