Wat maakt ambulant anders?
- Cliënt is gastheer: jij bent te gast, in zijn ritme en regels.
- Geen team om de hoek — solo werken vraagt meer planning.
- Wisselende settings: rommel, dieren, andere bezoek, geluid.
- Eigen regie van de cliënt is uitgangspunt, ook bij risico.
- Reistijd, agenda en administratie eten je uren.
Begeleidingshouding
- Vraag voor je gaat zitten, raakt of iets pakt — toestemming altijd.
- Werk met SMART-doelen en korte, concrete afspraken.
- Coach in plaats van overnemen — leer doen wat zelf kan.
- Bouw netwerk: familie, buurt, wijkteam, huisarts, ervaringsmaatje.
- Eén lijn met andere zorgverleners (Eén gezin, één plan).
- Wees op tijd — punctualiteit bouwt vertrouwen.
Eigen veiligheid
- Risico-inschatting vóór elk huisbezoek (intoxicatie, agressie, honden, wapens).
- Maak een veiligheidsplan: aanwezigheidsmelder, GPS-tracker, codewoord.
- Werk zo nodig met z'n tweeën of stuur eerst een ronde door de wijk.
- Parkeer met de auto richting de uitrit; ken vluchtroutes.
- Maak afspraken met achterwacht en check in/uit per bezoek.
- Voel je het niet veilig? Niet naar binnen — overleg met team.
Bij escalatie of zorg over veiligheid
- 1Trek je rustig terug en bel achterwacht of 112.
- 2Bij vermoeden suïcidaliteit: niet alleen laten, 113 of crisisdienst bellen.
- 3Bij onveiligheid kinderen/ouderen: meldcode + Veilig Thuis.
- 4Bij zelfverwaarlozing: wijkteam, GGD bemoeizorg.
- 5Rapporteer feitelijk, MIC-melding bij incident.
- 6Plan een debriefing — alleen werken is zwaar, deel het.
Belangrijk
Jouw veiligheid is geen onderhandelingspunt. Een bezoek dat niet doorgaat is altijd beter dan een incident. Vertrouw op je onderbuik.
