Terug naar aandoeningen
Aandoening

Psychose

In een psychose vervaagt het verschil tussen werkelijkheid en beleving. De cliënt ervaart écht wat hij beschrijft. Discussie helpt niet; contact wel.

Wat zie je

  • Hallucinaties (horen, zien, voelen wat er niet is).
  • Wanen (vaste overtuigingen die niet kloppen, vaak achtervolging).
  • Verward denken en spreken; ideeënvlucht.
  • Achterdocht, angst, soms vlak/ontremd affect.
  • Verminderde zelfzorg en slaap.

Hoe reageren

  • Bevestig de beleving ('dat klinkt eng'), niet de inhoud ('ja, ze achtervolgen je').
  • Bestrijd de waan niet — leidt tot meer wantrouwen.
  • Spreek kort, rustig, één onderwerp tegelijk.
  • Verminder prikkels: dim licht, zacht praten, kleine ruimte.
  • Houd voorspelbaarheid; kondig aan wat je doet.

Wanneer alarm

  • Acute angst, agressie of suïcidale uitingen → crisisdienst / behandelaar.
  • Stoppen met eten/drinken of medicatie → arts inschakelen.
  • Eerste psychose of plotse verergering → altijd direct melden.

Vermijd

Confrontatie, plagen, 'bewijzen' dat iets niet bestaat. Dat zet de cliënt klem.