Je premium proefperiode verloopt over 10 dagen.

Bekijk premium
Terug naar aandoeningen
Aandoening

Omgaan met diabetes

Diabetes is een aandoening waarbij het lichaam de bloedsuiker niet goed kan regelen. Als begeleider help je met regelmaat in eten, beweging, medicatie en het herkennen van een te lage of te hoge bloedsuiker.

Type 1 en type 2

  • Type 1: alvleesklier maakt geen insuline. Altijd insuline-afhankelijk, vaak vanaf jonge leeftijd.
  • Type 2: lichaam reageert minder goed op insuline. Vaak later in het leven, soms door leefstijl.
  • Streefwaarden bloedglucose: nuchter 4-7 mmol/l, twee uur na maaltijd onder 10 mmol/l.
  • HbA1c geeft het gemiddelde over 2-3 maanden weer.

Hypoglykemie (te laag, < 4 mmol/l)

  • Oorzaken: te veel insuline, te weinig eten, extra inspanning, alcohol.
  • Signalen: zweten, trillen, bleek, hartkloppingen, hongerig, verward, prikkelbaar, wazig zien.
  • Ernstig: niet meer kunnen slikken, bewusteloos, insult.
  1. 1Meet bloedsuiker als de cliënt nog kan meewerken.
  2. 2Geef 15-20 g snelle suikers: dextro, glas limonade (geen light), 4 klontjes suiker.
  3. 3Wacht 15 minuten, meet opnieuw.
  4. 4Bij nog steeds te laag: herhaal snelle suikers.
  5. 5Als waarde stijgt: geef langzame koolhydraten (boterham, cracker).
  6. 6Bewusteloos? NIETS in de mond. Stabiele zijligging, GlucaGen toedienen volgens protocol en 112 bellen.

Hyperglykemie (te hoog, > 10 mmol/l)

  • Oorzaken: te weinig insuline, te veel/verkeerd eten, infectie, stress, vergeten medicatie.
  • Signalen: dorst, veel plassen, moeheid, hoofdpijn, wazig zien.
  • Ernstig (ketoacidose): misselijk, braken, buikpijn, snelle ademhaling, acetongeur. Bel arts.
  • Handel volgens het persoonlijke schema. Niet zelf insuline bijgeven zonder bevoegdheid.

Bloedsuiker meten

  1. 1Handen wassen — voedselresten geven valse waarden.
  2. 2Prik aan de zijkant van de vingertop, niet de top zelf.
  3. 3Eerste druppel afvegen, tweede gebruiken.
  4. 4Noteer waarde, tijdstip en context (voor/na maaltijd, na sport).
  5. 5Bij sensor (FreeStyle Libre): scan en let op trendpijl.

Insuline toedienen

  • Alleen bevoegd en bekwaam personeel — check werkinstructie.
  • Roteer prikplek (buik, bovenbeen, bil) om lipodystrofie te voorkomen.
  • Naald 10 seconden laten zitten na injectie.
  • Bewaar pen op kamertemperatuur, reserve in koelkast (niet vriezen).

Dagelijkse aandachtspunten

  • Regelmaat: drie maaltijden, eventueel tussendoor — koolhydraten verdeeld.
  • Beweging verlaagt bloedsuiker — extra meten en eventueel snack vooraf.
  • Voetcontrole: dagelijks checken op wondjes (verminderde sensatie).
  • Alcohol kan uren later nog een hypo geven — eet erbij en meet vóór slapen.
  • Bij ziekte: vaker meten, blijven drinken, nooit insuline zomaar overslaan.

Hypo gaat vóór alles

Bij twijfel tussen hypo en hyper: behandel als hypo. Een te lage bloedsuiker is direct levensbedreigend, een te hoge geeft uren tot dagen tijd.