Vormen van dementie
- Alzheimer (60-70%): sluipend, geheugen eerst.
- Vasculaire dementie: stapsgewijs na infarcten.
- Lewy body: visuele hallucinaties, schommelend bewustzijn, parkinsonisme.
- Frontotemporale dementie: gedragsverandering en taalproblemen, vaak jonger.
De vier stadia (bedreigde / verdwaalde / verborgen / verzonken ik)
- Bedreigde ik: cliënt merkt het, voelt zich onveilig. Bied erkenning en rust.
- Verdwaalde ik: tijd en plaats raken kwijt. Ga mee in de beleving.
- Verborgen ik: weinig initiatief, contact via zintuigen.
- Verzonken ik: vrijwel geen contact meer; nabijheid en aanraking.
Belevingsgerichte zorg
- Sluit aan bij wat de cliënt nu beleeft — niet bij de werkelijkheid van nu.
- Corrigeer niet ('je moeder leeft niet meer') — vraag door op het gevoel.
- Gebruik herinneringen, muziek, geuren, foto's van vroeger.
- Werk in een rustig tempo; geef tijd voor antwoord.
- Spreek aan met de naam waarmee cliënt zich identificeerde (mevr. / voornaam / pa).
Communicatie
- 1Maak oogcontact en noem de naam voor je begint.
- 2Eén boodschap per zin, korte zinnen, rustig tempo.
- 3Gebruik lichaamstaal en gebaren als steun.
- 4Stel gesloten vragen ('koffie of thee?') in plaats van open.
- 5Herhaal letterlijk in plaats van te herformuleren.
Onbegrepen gedrag
- Zoek altijd de oorzaak: pijn, dorst, vol toilet, te veel prikkels, eenzaamheid.
- Dwalen: zorg voor veilige looproute, herken hoeveel beweging nodig is.
- Roepen: vaak vraag om contact — nabijheid helpt meer dan medicatie.
- Achterdocht: ontken niet, leid af, bied iets vertrouwds aan.
- Avonddrukte (sundowning): rustige avondroutine, gedimd licht, vaste persoon.
Veiligheid
- Verstop scherpe of giftige zaken; sluit gas af.
- Goede verlichting, contrastkleuren op trede, vrije looproutes.
- Dwaaldetectie of gps alleen volgens WZD-stappenplan.
- Medicatie wegzetten — risico op dubbel innemen.
Onthoud
Iemand met dementie kan zich niet aanpassen aan jou. Pas jij je aan zijn beleving aan — daar ontstaat contact.